Onvolledige chronologisch overzicht rond de strijd om de klassengrootte

Vorig jaar gaf ik weer eens een jaartje Nederlands in een tweetal schitterend oude schoolgebouwen bij het centrum van Groningen. Vanwege lokaaltekorten moest ik met mijn klas 3 een paar maal uitwijken naar een nabijgelegen school (ook een mooi, oud gebouw) waar we ons mochten vermaken in een lokaal dat nog over was. Nadat ik zes leerlingen netjes opgestapeld had achter in de klas (er waren niet genoeg stoelen en banken en al waren die er wel, ze zouden niet in het lokaal hebben gepast) deed ik een poging de leerlingen verder te bekwamen in begrijpend lezen. Het leerrendement had die uren hoger kunnen zijn.

Toen mij vorige maand de enquête van Stop de overvolle klassen onder ogen kwam, heb ik die dan ook meteen ondertekend. Vandaag verscheen in mijn twittertijdlijn het bericht ‘Scholieren: ‘Te grote klas om goed les te krijgen” wat de vraag opriep: hoe groot zijn de klassen nu eigenlijk, worden ze groter, kleiner en hoe staat het met de enquête van Stop de overvolle klassen en wat is de kans van slagen?

Na een uurtje literatuuronderzoek trek ik deze voorzichtige conclusie: de kans is klein dat de overheid bij wet een maximum aantal leerling per groep zal aangeven. De overheid is maar wat blij (en trots) dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de scholen ligt. Daarnaast lijkt het politieke klimaat (en de financiën) klassenverkleining in de weg te zitten.

1995

Brief van de Onderwijsraad aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mw. T. Netelenbos

Volgens de inspectie telde in 1995 bijna een kwart van de groepen in het basisonderwijs meer dan 30 leerlingen. De gemiddelde groepsgrootte was 25,7.

1996

oktober
Advies drs. S. J. van Eijndhoven, voormalig topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, om klassen op basisschool te verkleinen:
– groep 1 t/m 4: maximaal 25 leerlingen
– groep 5 t/m 8 maximaal 34 leerlingen
Zie o.a. Trouw ‘Vernieuwer verkleint klassen’ (01-10-1997)

1997

Per wet wordt vastgesteld hoeveel vierkante meter een leerling in Nederland minimaal moet hebben. Het gaat hier om de bruto vloeroppervlakte per gelijktijdig aanwezige leerling:
Basisonderwijs: 3,5 m2
Speciaal basisonderwijs (zie voor het volledige overzicht hier)
– dove kinderen: 13,5 m2
– lichamelijk gehandicapte kinderen: 11,3 m2
– zeer moeilijk lerende kinderen: 8,1 m2

Speciaal voortgezet onderwijs (zie voor het volledige overzicht hier)
– dove kinderen: 13,5 m2
– lichamelijk gehandicapte kinderen: 14,4 m2
– zeer moeilijk lerende kinderen: 7,7 m2

Voortgezet onderwijs (zie voor het volledige overzicht hier)
– vwo/avo/vbo, jaar 1 en 2: 7 m2
– vwo/avo/vbo, jaar 3 t/m 6: 5,7 m2

2003

▪ Onderzoek: Effecten van groepsgrootte en extra handen in de groep op het onderwijs aan jonge leerlingen, S. Doolaard, E. Annevelink en R. Bosker.
Onderzoek in schooljaar 1999/2000 waarin scholen een eerste portie extra formatie hebben gekregen.

Uit de samenvatting:

Het groepsgroottebeleid van de overheid beoogt door toekenning van extra formatie aan scholen de onderwijskwaliteit in de onderbouw te verhogen. Scholen kunnen daarmee (bepaalde) groepen kleiner maken en/of extra personeel inzetten waardoor het mogelijk wordt om het onderwijs adaptiever te maken.

De onderzoekers zijn voorzichtig in hun conclusies:

Op basis van deze eerste stap [zijn] niet op grote schaal positieve resultaten te verwachten. Toch blijken uit dit onderzoek wel degelijk al gevolgen voor het onderwijs […]. (zie p.15, 16)

Dit blijken positieve gevolgen te zijn voor met name zwakke leerlingen. Verder zien de onderzoekers m.i. niet zozeer heil in het verkleinen van klassen, als wel in het inzetten van een klassenhulp.

2007

Groepsgrootte en personele inzet basisonderwijs 2006 – Inspectie van het onderwijs

Vanaf het schooljaar 1997/1998 ontvangen basisscholen middelen van de overheid voor het verkleinen van de groepen en het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs in de onderbouw (groep 1 tot en met 4). De eerste jaren waren de gelden van de groepsgroottemaatregel geoormerkt en de scholen dienden ze dan ook te besteden in de onderbouw. Vanaf oktober 2003 geldt deze oormerking niet meer; scholen kunnen de middelen nu ook gebruiken om knelpunten in de bovenbouw aan te pakken. (p.5)

2011

ENQUETE: Groepsgrootte in het basisonderwijs – RTL.nl
Enquête onder schoolbesturen in Nederland. 22% van de schoolbesturen vulden de enquête in.
Uitkomst vraag 9:

90% van de respondenten verwacht dat de kwaliteit van het onderwijs door de grootte van de groep enigszins of zeer onder druk komt te staan.

▪ Onderzoek: Long-Term Effects of Class Size – Peter Fredriksson, Björn Öckert en Hessel Oosterbeek
“… the first paper that documents significantly negative effects of class size in primary school on adult wage earnings.” (p.23)
Onderzoek naar de langetermijneffecten van klassengrootte in Zweden. De Algemene Onderwijsbond (AOb) schrijft hetzelfde jaar hierover en zal zich in 2013 (zie daar) weer op dit onderzoek beroepen.

Abstract:

This paper evaluates the long-term effects of class size in primary school. We use rich administrative data from Sweden and exploit variation in class size created by a maximum class size rule. Smaller classes in the last three years of primary school (age 10 to 13) are not only beneficial for cognitive test scores at age 13 but also for non-cognitive scores at that age, for cognitive test scores at ages 16 and 18, and for completed education and wages at age 27 to 42. The estimated effect on wages is much larger than any indirect (imputed) estimate of the wage effect, and is large enough to pass a cost-benefit test.

2012

15 november 2012
Brief van staatssecretaris Dekker (OCW) aan de Tweede Kamer over de ontwikkeling van de groepsgrootte in het basisonderwijs.

Ik stuur dus op een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, niet rechtstreeks op de omvang van de groepen.

Trends in Beeld 2012 – publicatie van directie Kennis van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Scholen in Nederland kennen een grote mate van autonomie. In bijna de helft van de OESO- landen worden beslissingen in het lager secundair onderwijs het meest genomen door de school. Nederland behoort tot de landen met het meest gedecentraliseerde systeem. Daar worden beslissingen voor 86% volledig of beperkt autonoom genomen door de school.
[…]
Beslissingen die vaak door scholen genomen worden, liggen op het gebied van organisatie rondom het lesgeven (schoolcarrière van leerlingen, groepsgrootte van leerlingen, keuze van lesmateriaal en lesmethoden). p.26

1 oktober 2012 (peildatum)
11. Prognose aantal leerlingen – DUO
Een schatting van het aantal leerlingen dat per school verwacht wordt in de jaren 2013 tot en met 2031.

2013

03 oktober 2013, 17:45
‘Megaklas’ normaal op grote scholen’ (RTL-Nieuws)

Met name op grote scholen zijn bomvolle klassen met 30 leerlingen of meer normaal. Dat blijkt uit een enquête die is uitgevoerd door onderzoekbureau ITS in opdracht van RTL Nieuws en de Algemene Onderwijsbond AOb.
[…]
Leraren geven al jaren aan dat de klassen te groot worden. Volgens hen gaan grote klassen ten koste van het onderwijs en zorgen die voor een te grote werkdruk. De AOb concludeert dat met name kinderen die extra aandacht nodig hebben de dupe worden van de grote klassen.

03 oktober 2013, 17:45
▪ ‘Slechte leraar meer invloed op onderwijs dan klassengrootte‘ (RTL-Nieuws)

Een minder goede leraar voor de klas heeft veel meer invloed op de kwaliteit van het onderwijs, dan de grootte van een klas. Dat schrijft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een reactie op de uitslag van een enquête van onderzoeksbureau ITS die in opdracht van de Algemene Onderwijsbond (AOb) in samenwerking met RTL Nieuws werd uitgevoerd.

03 oktober 2013 17:45
▪ ‘Grote klassen, slecht onderwijs’ (RTL-Nieuws)

Drie of vier kinderen meer of minder in een klas, dat maakt niet zoveel uit,” zegt emeritus hoogleraar Onderwijskunde Wim Meijnen tegen RTL Nieuws.

15 november 2013

Scholieren: ‘Te grote klas om goed les te krijgen‘ – 1vjongerenpanel.eenvandaag.nl

Vier op de tien (41%) middelbare scholieren stellen dat er te veel leerlingen in hun basisklas zitten om goed onderwijs te krijgen. Van de leerlingen van wie de basisklas bestaat uit 27 leerlingen of meer, geeft zes op de tien (59%) aan dat deze klas te groot is om nog goed onderwijs te krijgen. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag samen met Scholieren.com onder 821 middelbare scholieren.

Zonder datum, actueel

▪ PO-raad, vragen: Wat is de gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs?

De gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs ligt rond de 23 leerlingen, maar op dat getal valt veel af te dingen. […] Schoolbesturen mogen het geld uit de lumpsum naar eigen inzichten inzetten. De één zet zijn geld in voor meer ondersteuning in en om de klas, de ander kiest voor kleinere klassen. Het is daarom ook lastig om een landelijk gemiddelde groepsgrootte te geven.

Het kan zijn dat dit een verouderd bericht op de site van de PO-raad is.

Stop de overvolle klassen.nl
Betrokken leraren, lid van de vakbond Leraren in Actie, starten petitie om de overheid te bewegen een maximum te stellen aan het aantal leerlingen per klas.
Nodig zijn 40.000 handtekeningen. Op 15-11-’13 staat de teller op 34.938.

▪ Rijksoverheid.nl, Basisonderwijs, Vraag & antwoord

De overheid schrijft niet voor hoeveel leerlingen er in een groep mogen zitten. […] Wel is voorgeschreven hoeveel ruimte een leerling nodig heeft. In het basisonderwijs is dit minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte per leerling.

Zelfde site, andere vraag:

Hoeveel leerlingen mogen er in 1 klaslokaal zitten?
In 1 klas mogen niet teveel leerlingen zitten. […]

… waarop de Rijksoverheid verwijst naar de wet uit 1997, waarin de vierkante meters per leerling vastgelegd zijn (zie hierboven).

Comments are closed.