Hou / Houd / Houdt afstand!

We zitten met z’n allen in coronaquarantaine en politie en winkels doen hun uiterste best om ons anderhalf meter afstand in acht te laten nemen. Maar is het nu ‘Houdt afstand’, ‘Houd afstand’ of ‘Hou afstand’? En waar komt die verwarring vandaan?

Hou(d) afstand!

Deze vormen zijn correct:

  • Hou afstand!
  • Houd afstand!

Bij deze uitspraken gebruik je de gebiedende wijs (imperatief) en bij de gebiedende wijs gebruik je alleen de ik-vorm: Ga zitten. Loop door. Geef het zout eens door. Hou je mond!

Houd afstand!

In de meeste geschreven berichten over de anderhalve coronameter wordt gekozen voor de vorm ‘Houd afstand’. De schrijvers hadden ook kunnen kiezen voor ‘Hou afstand’, want het werkwoord ‘houden’ is een van de geinige werkwoorden waarbij je bij de ik-vorm de keuze hebt uit met of zonder -d. Er zijn nog een paar werkwoorden waarbij je zelf mag kiezen of je de -d bij de ik-vorm wel of niet schrijft:

  • glijden: ik glij – ik glijd
  • rijden: ik rij – ik rijd
  • snijden: ik snij – ik snijd

Waarom kiezen de meeste schrijvers voor ‘Houd afstand’ met een -d? Dat zal zijn omdat het er wat beleefder uitziet. Veel mensen hebben het ook op school geleerd: ‘hou’ is spreektaal; gebruik als je schrijft de ‘nettere’ vorm ‘houd’. En in tijden van crisis houden we het natuurlijk graag netjes en beleefd.

Té beleefd en onjuist: Houdt afstand!

Niemand lijkt te weten tot wanneer precies, maar ‘vroeger’ schreef je wél +t in de gebiedende wijs. Ik gok tot ergens in de jaren 50 van de vorige eeuw. Je taalgevoel voegt ook meteen de +t toe zodra je je polygoonstemmetje gebruikt: Geeft gul! Gaat stemmen! Blijft binnen!

Maar goed, de +t bij de gebiedende wijs is allang afgeschaft. ‘Houdt afstand!’ is in 2020 onjuist.

Schrijf je dan nooit ‘houdt?’

Jazeker wel. De regels voor de spelling van de persoonsvorm gelden ook voor ‘houden’, maar dan moet het wel een gewone persoonsvorm zijn die gewoon bij een onderwerp hoort. De verwarring ontstaat, omdat in een gebiedende wijs géén onderwerp staat.
Zo spel je met afstand het werkwoord ‘houden’ goed in zinnen met een onderwerp (onderstreept) en een gewone persoonsvorm:

  • Ik houd altijd voldoende afstand.
  • Houd je wel een beetje afstand? (je of jij erachter – weet je nog? 😉
  • Houdt je buurman wel genoeg afstand? (nu is je een bezittelijk voornaamwoord dat hoort bij buurman – het geheel kun je vervangen door ‘hij’:)
  • Houdt hij wel genoeg afstand?
  • Houdt u alstublieft afstand!

Toegegeven: heel makkelijk is het allemaal niet. Gelukkig mogen we alleen binnenskamers gniffelen om andermans fouten.

Meer weten?
Affiche van de Vara in de jaren twintig en dertig, via Trouw

Published by

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *