Archive for achtergrond

Tweederde personeel Bureau Stokstaartje voert geen bal uit

21 september 2015
Dit blijkt uit een intensief onderzoek door organisatieadviesbureau ‘De luie hond’. Tweederde van het personeel voert geen bal uit en zou met geen stok vooruit te branden zijn.

Bureau Stokstaartje wilde niet reageren op deze verontrustende uitslag. ‘Te druk,’ aldus de enige wel productieve werknemer.

11863469_825764210876888_7717446063171707167_n

Nieuw bezoekadres Bro Stokstaartje

Na 15 jaar schrijven vanuit thuis doet Bro Stokstaartje vanaf juli dit jaar zijn ding vanuit – hoe toepasselijk – een voormalig gebouw van het Alfa-college.

Uiteraard is medewerker van het eerste uur Bobje (bankligger senior) meeverhuisd, net als onze jongste collega Meneer (hoofd afdeling hartelijk onthaal).

Je vindt ons aan de Travertijnstraat 6 te Grunn. Bis bald!

Harald Trav6
 


 
• Zie ook: Brand bij Bureau Stokstaartje
21 SEPTEMBER 2015
Sinds juli 2015 houdt Bureau Stokstaartje kantoor aan Travertijnstraat 6 in Groningen. Terwijl ik een auteursvergadering had in Amersfoort, vloog op de ochtend van 22 augustus de meterkast van ‘Trav6’ in de fik.
lees verder
 


 

Waarom worden sommige werkwoorden vaker fout gespeld dan andere?

Voor het spellen van werkwoorden zijn regels. Die regels leer je op school. Maar soms gaat het toch mis: je schrijft een werkwoord met een -t terwijl je het met een -d had moeten schrijven. Geen probleem als je dat slippertje zelf bijtijds ontdekt, maar je zult de fout maar in het jaarverslag of op Twitter gemaakt hebben (en ook nog eens op het bedrijfsaccount …). Begin maar vast te kruipen door het stof.

Misschien denk je nu aan werkwoorden als worden en vinden die in de tegenwoordige tijd twee vormen hebben die hetzelfde klinken: word-wordt en vind-vindt. Inderdaad, als je de regels niet kent, heb je een probleem. Toch vermoed ik dat deze woorden meestal goed gespeld worden. Je bent zo vaak lastiggevallen met de spellingregels voor deze persoonsvormen, dat je hersenen meteen op scherp staan als je dit soort werkwoorden tegenkomt.

wordt veranderd

Vanmiddag was ik bezig met mijn iBook over werkwoordspelling. Ik wilde graag een set werkwoorden waarmee ik mijn toekomstige lezers eens flink kon testen. Natuurlijk had ik de werkwoorden worden, vinden, branden, melden etc. kunnen nemen, maar ik had een vermoeden dat het nog sneakyer kon.

Ongefundeerd maar sterk vermoeden

Volgens mij hebben de werkwoorden die het vaakst fout gespeld worden, deze kenmerken:
• ze hebben een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op -t (en niet -dt)
• het voltooid deelwoord begint niet met ge- (en -ge- staat ook niet even verderop omdat het om een splitsbaar werkwoord gaat)
• het voltooid deelwoord eindigt op een -d.

Een paar voorbeelden:

• Hij bedreigt mij. De overvaller heeft de winkelier met een mes bedreigd.

• IS herovert het gebied. IS heeft het gebied heroverd.

• De handige manager omzeilt alle problemen. De handige manager heeft de problemen handig omzeild.

• Leo verdient 1200 euro met deze klus. Het college van bestuur heeft deze bonus verdiend.

2014-03-28 08.22.30

Ik denk dat er bij deze werkwoorden twee problemen spelen:

1) Bij deze werkwoorden moet je eerst de werkwoorden benoemen (persoonsvorm of voltooid deelwoord). En dat kunnen veel mensen niet (meer). Opdrachten in verschillende schoolboeken lijken dit vermoeden te ondersteunen. Je kent ze wel, want schoolboeken staan er vol mee: Noteer de juiste vorm van de persoonsvorm. Het enige wat je hoeft te doen is het laatje opentrekken waarin je de regeltjes voor het spellen van de persoonsvorm hebt opgeslagen en hey, ho, let’s go. In de beste gevallen bevat het schoolboek aan het eind van het hoofdstuk één opdracht waarin je zelf moet bedenken of je een voltooid deelwoord of een persoonsvorm moet spellen.

2) Het voltooid deelwoord van deze groep werkwoorden komt vaker voor dan de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deze werkwoorden. Mensen die spellen op woordbeeld (of even niet opletten) zullen daardoor bij de persoonsvorm eerder kiezen voor de vorm met -d.

Herken de spelfout

‘Hoe was het op school?’ ‘Ja, leuk.’

Je kind komt thuis van school. Voor je er erg in hebt, vraag je: ‘Hoe was het vandaag?’ ‘Ja, leuk.’ Zo kun je jarenlang doorgaan. Maar waarom geven sommige / veel / alle kinderen deze standaardreactie? Een poll:

Aanleiding voor deze poll is het niet onaardige filmpje van de O4NT benadering van de basisschool, waarin een mevrouw op 2:37 dit vraagstuk aansnijdt.
For the record: zoonlief (15) stemt voor C.

Volgens Pedro de Bruyckere (ook wel bekend als @thebandb) ‘verschilt [dit] bij kinderen, niet allemaal zeggen dit. Sommige geven heel verhaal, sommige ook ‘minder leuk’,… C kan voor iets oudere lln. [Het] hangt af van de leeftijd (alhoewel mijn 3-jarige vandaag een heel verslag gaf). Wat ik vooral mis: het kind wil even bekomen van school, is wat moe, wil even wat anders. Vaak komen ze er dan later op terug.’

Praten over school belangrijk

Louise Elffers toont in haar promotieonderzoek (2011) naar schooluitval in het mbo onder andere aan dat gebrek aan ‘hulp bij huiswerk of de mogelijkheid om schoolervaringen te bespreken’ (‘ouderlijke ondersteuning’) ‘een verhoogd risico op uitval indiceren’.
Volhard dus in het goede.

Het dassenburchtprincipe: wel of geen fanpage naast je website?

De volgende quote komt van Wikipedia en bevat (als je wilt) een analogie. Waar ‘ burcht’ staat, vul je je eigen website in.

Een das leeft in een hol, burcht genaamd […] Burchten gaan soms generaties lang mee en worden continu uitgebreid. Sommige burchten zijn zelfs al enkele honderden jaren in gebruik. Ze worden over het algemeen gegraven in struiken, heggen en houtwallen. De burcht heeft drie tot tien ingangen, die tien tot twintig meter van elkaar verwijderd liggen. Bij uitzondering kunnen de ingangen zelfs honderd meter van elkaar af liggen.

Bioloog en professioneel knuppel-in-het-hoenderhokgooier Midas Dekkers heeft eens uitgelegd waarom de das zoveel uitgangen voor zijn burcht maakt: om vijanden (lees: klanten) om de tuin te leiden. De burcht heeft zo veel ingangen om de kans dat een een vijand de das vindt, zo klein mogelijk te maken. Midas maakte zelf meteen de analogie met communicatiemiddelen. Sinds hij naast telefoon, ook over e-mail en sms beschikte, was hij een stuk lastiger te bereiken. Niet tot zijn ongenoegen.

De definitie van het dassenburchtprincipe

Des te meer kanalen je hebt om bereikt te worden, des te moeilijker je te bereiken bent.

No Facebook

De afgelopen weken hebben we met de medewerkers van een lokale website gediscussieerd over de vraag of de Facebookfanpage wel of geen extra traffic tot de website zou genereren. Of dat een fanpage juist traffic van de website zou afleiden. Lastig, want het gros van de doelgroep zit op Facebook. Op een gegeven moment vroegen we ons zelfs af of we überhaupt een website nodig hadden. Uiteindelijk hebben we gekozen voor de website en geen fanpage, juist om niet in de val van het dassenburchtprincipe te trappen. Met de beperkte middelen – en tijd – zagen we geen mogelijkheden de fanpage (naast de website) zo in te richten dat het voldoende meerwaarde op zou leveren: het nieuws zou afleiden van de agenda en de agenda (Facebook: Events) zou afleiden van het nieuws. Onze gebruikers zouden kortom met een Facebookpagina half geïnformeerd zijn en ondanks dat geen reden meer hebben naar de website te gaan.

Moraal van dit verhaal

house-48532_640
Marketingmensen letten niet op in het in bos, lezen geen boeken en de fanpage kan een tijdrovende ingang tot je site zijn. Een ingang waarin je potentiële klant verdwaalt. Vraag je dus af of je niet beter een vogelhuisje kunt zijn (lees: een goede website). Een duidelijk afgebakend huisje, met een duidelijke ingang. Met eventueel als lokkertje Facebook, Twitter, G+ – zo’n leuk stokje bij de ingang.