Archive for Succesvol schrijven

‘Verwijswoorden zijn als vette klei – niet door te komen’: poging 17.635 en -36

De afgelopen dagen mocht ik me weer eens bezighouden met de uitleg der dingen. Deze keer ging het over verwijswoorden. Geen gemakkelijk onderwerp, want je hebt veel voorkennis nodig om goed (en bewust) te verwijzen. En dat verwijzen allemaal niet vanzelf gaat, onderschrijft dit onderzoek uit 2012:

Havo- en vwo-eindexamenkandidaten, die scholingsniveau 3F en 4F bereikt zouden moeten hebben, maken nog volop fouten in voorzetsels en idiomatische uitdrukkingen, hun woordkeuze is verre van adequaat en ze maken veel fouten. Ook het niveau van taalverzorging laat veel te wensen over. Over de grootste bron van fouten in dit onderzoek, verwijsfouten, is het Referentiekader onduidelijk.

Verwijswoorden: wat zijn dat eigenlijk?

Met verwijswoorden verwijs je naar mensen, ‘zaken’ of voorwerpen (de verwijswoorden zijn onderstreept):
• Van wie is deze scooter? Hij is van Mette. Ik heb hem even gewassen.
Verwijswoorden zijn dus vooral voornaamwoorden. Daar kun je leuke dingen mee doen. Met een eenvoudige ingreep kun je Mette gaan wassen:
• Van wie is deze scooter? Hij is van Mette. Ik heb haar even gewassen.

Poging 1 t/m 17.634

In een poging om de uitleg te maken die alle andere uitleggen overbodig zou maken, probeerde ik net als mijn voorgangers, een tabel te maken waarin ik niet al te zwaar inging op de verschillende smaken voornaamwoorden. In mijn ultieme tabel zouden de voorbeelden duidelijk maken welk voornaamwoord je in welke situatie gebruikt. Of andersom: de voornaamwoorden zouden zo gerangschikt zijn, dat je aan de hand van één voorbeeld wel zou weten hoe de vork in de verwijssteel zit.
Dat leverde 17.634 varianten van de tabel op: van helder maar nietszeggend tot allesverklarend maar veel te ingewikkeld.

Poging 17.635

De volgende poging was er eentje met een combinatie van tabel + Top 5 van verwijsfouten. Ook dit ging mis:

Top 5 van verwijsfouten

1 Het verwijswoord past niet bij het woordgeslacht van het antecedent.
* Het bestuur heeft haar leden een brief gestuurd.
→ ‘Bestuur’ is een het-woord (o). Gebruik dus ‘zijn’ als bez.vnw.
2 Het getal (enkelvoud of meervoud) van het verwijswoord past niet bij het antecedent.
* De directie heeft geen besluit genomen en dat is hun slecht bevallen.
→ ‘Directie’ is een de-woord (v), enkelvoud. Gebruik dus ‘haar’.
3 ‘Zij’ verwijst naar iets anders dan personen.
* De koe komen net binnen. Zij moet gemolken worden.
→ ‘Zij’ gebruik je in het enkelvoud alleen voor personen. Gebruik voor dieren, ‘zaken’, organisaties en voorwerpen ‘ze’.
4 Hun, hen en ze worden verkeerd gebruikt.
* Marit belt hun vandaag.
→ ‘Hun’ gebruik je als meewerkend voorwerp (zonder voorzetsel) voor personen. Hier gebruik je ‘hen’, want het gaat om personen die in de zin het lijdend voorwerp zijn.
* Geef je hen een cadeaubon?
→ ‘Hen’ gebruik je na een voorzetsel of als lijdend voorwerp voor personen. Hier gebruik je ‘hun’, want het gaat om personen die in de zin het meewerkend voorwerp zijn.
* De koeien komen net binnen. Melk jij hen?
→ Voor dieren, ‘zaken’, organisaties en voorwerpen gebruik je ‘ze’, geen ‘hun’ of ‘hen’.
5 De verwijzing is onduidelijk
* Houd de oogdruppels buiten bereik van kinderen. Bijvoorbeeld door ze in een afsluitbaar medicijnkastje te stoppen.
→ Moet je de oogdruppels of de kinderen in het medicijnkastje stoppen?

Deze uitleg gaat de mist in, want:
a) het bevat te veel foute voorbeelden
b) het veronderstelt veel voorkennis (woordgeslacht, antecedent, lijdend en meewerkend voorwerp etc.)
c) ‘ze werken op elkaar in’: 2 en 4 hebben bijvoorbeeld met elkaar te maken, net als 3 en 4, 2 en 3 en …
d) je weet nog steeds niet hoe je 5 moet oplossen. Door ‘hen’ te gebruiken (zie 4)? Welnee. Je moet gewoon geen verwijswoord gebruiken. Bijvoorbeeld: Houd de oogdruppels buiten bereik van kinderen. Bijvoorbeeld door de druppels in een afsluitbaar medicijnkastje te stoppen.

Poging 17.636

Gelukkig mag ik terugvallen op een paar zeer ervaren redacteuren en auteurs. Eén daarvan fluisterde me in dat verwijswoorden zijn als vette klei. Vervolgens stuurde ze me een foto van een schitterend, zelfgemaakt schilderij en enkele aanwijzingen. Poging 17.636 is er dus een met humor, met voldoende voorbeelden én met een tabel, want onze studenten moeten hier hoognodig wat leren.
Haalt poging 17.636 het boek? Dat weet ik niet. Eén van de auteurs mailde in ieder geval: ‘Hier word ik heel vrolijk van!’
Hoe de uitleg over verwijswoorden er dan uitziet? Tja, just buy the book. Vanaf 2016 in de betere webwinkel.

IMG_20150917_130540
Agnes Schlebusch – zonder toestemming

Nieuw bezoekadres Bro Stokstaartje

Na 15 jaar schrijven vanuit thuis doet Bro Stokstaartje vanaf juli dit jaar zijn ding vanuit – hoe toepasselijk – een voormalig gebouw van het Alfa-college.

Uiteraard is medewerker van het eerste uur Bobje (bankligger senior) meeverhuisd, net als onze jongste collega Meneer (hoofd afdeling hartelijk onthaal).

Je vindt ons aan de Travertijnstraat 6 te Grunn. Bis bald!

Harald Trav6
 


 
• Zie ook: Brand bij Bureau Stokstaartje
21 SEPTEMBER 2015
Sinds juli 2015 houdt Bureau Stokstaartje kantoor aan Travertijnstraat 6 in Groningen. Terwijl ik een auteursvergadering had in Amersfoort, vloog op de ochtend van 22 augustus de meterkast van ‘Trav6’ in de fik.
lees verder
 


 

Uit de onderkast: btw, havo, vwo, mbo, hbo, wo, cv en tv

Sommige afkortingen zijn zo ingeburgerd, dat je kinderen moet leren wat ze betekenen (m.u.v. tv). Grote mensen hebben dan weer moeite met de spelling. Met de punten (wel/niet) gaat het meestal goed, maar hoe zit het in godsnaam met hoofd- en kleine letters? Veel mensen lijken als vuistregel te hanteren: is het belangrijk? Gebruik een hoofdletter.

Da rules

Ik ben even te lui om op te zoeken of er een duidelijk taaladvies is, maar volgens mij kom je hiermee een heel eind: gebruik alleen hoofdletters in afkortingen van landen (Nl., Dld., VS), instellingen (UMCG, AMC, VU) en organisaties (PEC Zwolle, UEFA, NAVO). Gebruik ze niet in soorten instellingen en organisaties. Gebruik voor de rest ook alleen kleine letters.
Een paar wis-, natuur- en scheikundige afkortingen, evenals een aantal IT-afkortingen vallen hiermee buiten de boot (pK, kHZ, MHZ, Ca, Fe, QR-code, MB), maar die kun je sowieso beter even opzoeken.

Het curriculum vitae

De levensloopbeschrijving die je meestuurt met je sollicitatie wordt meestal afgekort tot cv.
Van Dale geeft de dubbelgangers:
cv-Van Dale
Leuk dat cv niet alleen curriculum vitae betekent, maar ook centrale verwarming. Zo krijgt de zin ‘Stuur je sollicitatiebrief met cv voor 31 mei naar …’ een dubbele lading. Wat zullen ze gek kijken als je je complete cv-installatie meestuurt!

De Nationale Vacaturebank gebruikt het correcte cv in de tekst, maar de knoppenmaker vindt dat je je Commanditaire Vennootschap moet uploaden:
Bewijs dat ICTers niet kunnen spellen ... (cv/CV)

De Kansgever legt in de vacature even uit wat ze met CV bedoelen. Als bonus pikken we een B.V. (Beata Virgo – de zalige maagd) mee:
2014-08-31 10.45.20
NRC Q (of nrcQ of … – onderkast of kapitaal maakt ze geen zak uit) gaat ook voor de Commanditaire Vennootschap:2015-04-19 09.38.10.png

Onderwijs in afkortingen

In het onderwijs zijn ze dol op afkortingen. Niet verwonderlijk dat dat al begint bij het niveau: vmbo (in de smaken b, kb, kgt, gt en t), havo, vwo, mbo en wo. De spelling is hier opvallend egalitair: alle schoolsoorten in onderkast, geen punten. Maar daar is niet iedereen het mee eens:
Het spellen van mbo (in onderkast) blijft een probleem
MBO-mbo-NU NED
Afko mbo-opleiding.PNG

Het Cultuurplein gebruikt ook hoofdletters voor de afkorting van ‘voorgezet onderwijs’, maar ook die afkorting hoor je gewoon met kleine letters te spellen: vo. VO (in hoofdletters) gebruik je voor ‘very old’, bijvoorbeeld op een cognacfles.

Cultuurplein

De Vrije Universiteit van Amsterdam is ook gegrepen door de hoofdletterziekte:

Voor veel VWO-ers is het logisch dat ze doorstromen naar een universitaire opleiding. Je hebt tenslotte niet voor niets VWO gedaan. Toch is het minder vanzelfsprekend dan je denkt. Een HBO-opleiding en een universitaire opleiding verschillen op meer manieren dan alleen wat betreft niveau.

 

Btw, hoe zit het met btw/BTW?

De afkorting van ‘belasting over de toegevoegde waarde’ spel je gewoon met kleine letters: btw. Dat gaat regelmatig mis:
Spelling van btw blijft lastig
Het is toch echt 'btw'
Btw mediamarkt2

TV/tv

De afkorting voor televisie –tv– is zo ingeburgerd dat zij zelden met hoofdletters gespeld wordt. TV (in hoofdletters) bestaat overigens wel. Het is de ISO-landcode voor Tuvalu, een Polynesische archipel in de Grote Oceaan. ISO in ISO-landcode moet inderdaad met hoofdletters, want het is de afkorting van een naam van een organisatie: International Standardization Organization.

Beetje serieuze media schrijven uiteraard gewoon ‘televisie’. De afkorting TV kom je alleen af en toe tegen in commerciële uitingen:
TV Vergelijkpuntnl
TV Ziggo

Waarom worden sommige werkwoorden vaker fout gespeld dan andere?

Voor het spellen van werkwoorden zijn regels. Die regels leer je op school. Maar soms gaat het toch mis: je schrijft een werkwoord met een -t terwijl je het met een -d had moeten schrijven. Geen probleem als je dat slippertje zelf bijtijds ontdekt, maar je zult de fout maar in het jaarverslag of op Twitter gemaakt hebben (en ook nog eens op het bedrijfsaccount …). Begin maar vast te kruipen door het stof.

Misschien denk je nu aan werkwoorden als worden en vinden die in de tegenwoordige tijd twee vormen hebben die hetzelfde klinken: word-wordt en vind-vindt. Inderdaad, als je de regels niet kent, heb je een probleem. Toch vermoed ik dat deze woorden meestal goed gespeld worden. Je bent zo vaak lastiggevallen met de spellingregels voor deze persoonsvormen, dat je hersenen meteen op scherp staan als je dit soort werkwoorden tegenkomt.

wordt veranderd

Vanmiddag was ik bezig met mijn iBook over werkwoordspelling. Ik wilde graag een set werkwoorden waarmee ik mijn toekomstige lezers eens flink kon testen. Natuurlijk had ik de werkwoorden worden, vinden, branden, melden etc. kunnen nemen, maar ik had een vermoeden dat het nog sneakyer kon.

Ongefundeerd maar sterk vermoeden

Volgens mij hebben de werkwoorden die het vaakst fout gespeld worden, deze kenmerken:
• ze hebben een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op -t (en niet -dt)
• het voltooid deelwoord begint niet met ge- (en -ge- staat ook niet even verderop omdat het om een splitsbaar werkwoord gaat)
• het voltooid deelwoord eindigt op een -d.

Een paar voorbeelden:

• Hij bedreigt mij. De overvaller heeft de winkelier met een mes bedreigd.

• IS herovert het gebied. IS heeft het gebied heroverd.

• De handige manager omzeilt alle problemen. De handige manager heeft de problemen handig omzeild.

• Leo verdient 1200 euro met deze klus. Het college van bestuur heeft deze bonus verdiend.

2014-03-28 08.22.30

Ik denk dat er bij deze werkwoorden twee problemen spelen:

1) Bij deze werkwoorden moet je eerst de werkwoorden benoemen (persoonsvorm of voltooid deelwoord). En dat kunnen veel mensen niet (meer). Opdrachten in verschillende schoolboeken lijken dit vermoeden te ondersteunen. Je kent ze wel, want schoolboeken staan er vol mee: Noteer de juiste vorm van de persoonsvorm. Het enige wat je hoeft te doen is het laatje opentrekken waarin je de regeltjes voor het spellen van de persoonsvorm hebt opgeslagen en hey, ho, let’s go. In de beste gevallen bevat het schoolboek aan het eind van het hoofdstuk één opdracht waarin je zelf moet bedenken of je een voltooid deelwoord of een persoonsvorm moet spellen.

2) Het voltooid deelwoord van deze groep werkwoorden komt vaker voor dan de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deze werkwoorden. Mensen die spellen op woordbeeld (of even niet opletten) zullen daardoor bij de persoonsvorm eerder kiezen voor de vorm met -d.

Herken de spelfout

Het dassenburchtprincipe: wel of geen fanpage naast je website?

De volgende quote komt van Wikipedia en bevat (als je wilt) een analogie. Waar ‘ burcht’ staat, vul je je eigen website in.

Een das leeft in een hol, burcht genaamd […] Burchten gaan soms generaties lang mee en worden continu uitgebreid. Sommige burchten zijn zelfs al enkele honderden jaren in gebruik. Ze worden over het algemeen gegraven in struiken, heggen en houtwallen. De burcht heeft drie tot tien ingangen, die tien tot twintig meter van elkaar verwijderd liggen. Bij uitzondering kunnen de ingangen zelfs honderd meter van elkaar af liggen.

Bioloog en professioneel knuppel-in-het-hoenderhokgooier Midas Dekkers heeft eens uitgelegd waarom de das zoveel uitgangen voor zijn burcht maakt: om vijanden (lees: klanten) om de tuin te leiden. De burcht heeft zo veel ingangen om de kans dat een een vijand de das vindt, zo klein mogelijk te maken. Midas maakte zelf meteen de analogie met communicatiemiddelen. Sinds hij naast telefoon, ook over e-mail en sms beschikte, was hij een stuk lastiger te bereiken. Niet tot zijn ongenoegen.

De definitie van het dassenburchtprincipe

Des te meer kanalen je hebt om bereikt te worden, des te moeilijker je te bereiken bent.

No Facebook

De afgelopen weken hebben we met de medewerkers van een lokale website gediscussieerd over de vraag of de Facebookfanpage wel of geen extra traffic tot de website zou genereren. Of dat een fanpage juist traffic van de website zou afleiden. Lastig, want het gros van de doelgroep zit op Facebook. Op een gegeven moment vroegen we ons zelfs af of we überhaupt een website nodig hadden. Uiteindelijk hebben we gekozen voor de website en geen fanpage, juist om niet in de val van het dassenburchtprincipe te trappen. Met de beperkte middelen – en tijd – zagen we geen mogelijkheden de fanpage (naast de website) zo in te richten dat het voldoende meerwaarde op zou leveren: het nieuws zou afleiden van de agenda en de agenda (Facebook: Events) zou afleiden van het nieuws. Onze gebruikers zouden kortom met een Facebookpagina half geïnformeerd zijn en ondanks dat geen reden meer hebben naar de website te gaan.

Moraal van dit verhaal

house-48532_640
Marketingmensen letten niet op in het in bos, lezen geen boeken en de fanpage kan een tijdrovende ingang tot je site zijn. Een ingang waarin je potentiële klant verdwaalt. Vraag je dus af of je niet beter een vogelhuisje kunt zijn (lees: een goede website). Een duidelijk afgebakend huisje, met een duidelijke ingang. Met eventueel als lokkertje Facebook, Twitter, G+ – zo’n leuk stokje bij de ingang.